De levenseindekliniek: Welkom in Hotel California!

‘Relax’ said the nightman,
We are programmed to receive,
You can check out anytime you like,
but you can never leave..…

The Eagles, Hotel California


Het voornemen van de NVVE om te komen tot oprichting van een levenseindekliniek is in publicitair opzicht een groot succes geworden. In ieder geval tot nu toe, want in de mediawereld kan succes zich makkelijk tegen je keren. Vraag het Jack Spijkerman. Toch voorzie ik wel dat John de Mol een
format bedenkt dat geschikt is om dit typisch Nederlandse product in de vorm van ‘De levenseindeshow’ verder te exploiteren. In goede samenwerking met een grote recht-op-waardig-sterven organisatie zal het vinden van geschikte kandidaten niet het grootste probleem zijn. En voor wie nu denkt, “hij moet niet zo spotten en niet zo cynisch zijn”: mark my words, om het maar eens in slecht Nederlands te zeggen.

Spagaat
In het rapport Haalbaarheidsonderzoek Levenseindekliniek (fase 2) laat de NVVE weten dat de doelgroep voor de op te richten levenseindekliniek mede bestaat uit mensen die “kiezen voor een levenseinde in eigen regie, door inname van zelfverzamelde dodelijke medicijnen” (p. 6). Ik heb elders al eens uitgebreid laten zien in welke spagaat de NVVE zich bevindt als het gaat om deze zelfverzamelde medicijnen (“list en bedrog”, “onbetrouwbaar”, “gevaarlijk”, enzovoort, maar nu dus toch in de kliniek komen innemen).
Maar hier is nog een andere een oplossing binnen bereik. De NVVE, aldus haar directeur elders, beschouwt de plastic zak methode op advies van haar expertraad, bestaande uit o.a. drie artsen en twee apothekers, als een verantwoorde methode. Drie artsen en twee apothekers garanderen de methode! Er is dus geen reden waarom u niet uw eigen plastic zak mee zou nemen naar de levenseindekliniek. En misschien wil men hem daar nog wel op luchtdichtheid voor u testen ook.

Ongeneeslijk Oud
Toch heeft die door de NVVE aangeboden plastic zak methode ook z’n treurige kanten. Dat bleek bij de lancering van het initiatief tot oprichting van de levenseindekliniek in een uitzending van Nieuwsuur (19/1/2010). Die uitzending bevatte ook een bijdrage van een moeder die haar jonge dochter aan zelfdoding had verloren. Het grote verdriet van de moeder bestond mede uit het feit dat haar dochter met een plastic zak haar leven beëindigde.
Daarnaast gaat de NVVE momenteel het land in met een serie publieksdebatten over ‘voltooid leven’ onder de titel “Ongeneeslijk Oud”. Die titel is ontleend aan de gelijknamige documentaire film van Margot Donkervoort, voor het eerst uitgezonden in februari 2010, over het zelfgekozen levenseinde van haar 93-jarige vriendin Ans Nieuwenbrug-Bron.
De film is een portret van, en in mijn ogen een eerbetoon aan een indrukwekkende dame. Deze 93-jarige dame beheerst de film met kalmte en gezag. Alleen op één moment wordt het haar te veel, een moment waarvan ik zeker weet dat het op iedere kijker indruk zal maken. Dat is het moment waarop zij vertelt dat zij weet dat zij gebruik
moet maken van een plastic zak. Het is het enige moment waarop de emoties haar overmannen (al zou ik uit respect liever “overvrouwen” willen zeggen).
Maar hoe komt Ans aan deze “wijsheid”? Het is haar, in 2008, vertelt door de Ledenondersteuningsdienst van de NVVE. De directeur zal elke debatavond waarschijnlijk geen krimp geven als het fragment voorbijkomt (vermoedelijk laat men het liever niet zien), maar Ans bezat voldoende chloroquine en slaapmiddelen om, net als Moek Heringa in “De laatste wens van Moek”, haar leven met open vizier en zonder plastic zak te kunnen beëindigen.
Dit is geen spagaat meer, maar een kramp. En daar wordt deze dame het slachtoffer van.

Bedrijfsmatig
Het rapport stelt op p. 6 ook: “Patiënten die terminaal zijn en een natuurlijke dood willen sterven (…) worden vooralsnog uitgesloten van opname in de levenseindekliniek.” Dat lijkt natuurlijk nog al wiedes. In mijn herinnering is de NVVE nooit een vereniging geweest die haar leden wierf onder Nederlanders die een natuurlijke dood wilden sterven. Maar let op: er staat “vooralsnog”. We praten hier namelijk wel over een instelling die bedrijfsmatig geëxploiteerd moet worden, en ik hoef u de financiële last van een leeg bed – hoewel, gaat het daar eigenlijk niet om?– natuurlijk niet uit te leggen.
De kritiek op dit project van een levenseindekliniek komt werkelijk van alle kanten, maar kan voor een groot deel teruggevoerd worden op de implicaties van dit bedrijfsmatige karakter. Een instelling die exclusief gericht is op het bewerken van het levenseinde, bevindt zich van de aanvang af op een éénrichtingsweg.
Men zal bij hoog en bij laag beweren dat geld geen rol speelt, maar de begroting moet wel sluiten. En de cliënt die betaald heeft, wil wel waar voor zijn/haar geld. Misschien wil die cliënt zijn geld wel terug, wanneer hij er uiteindelijk toch vanaf ziet. Aangenomen dat er voor dat laatste voldoende psychologische ruimte blijft.

Intake, de arts beschikt
Bij dat eenrichtingsverkeer komt, niet verrassend, dat over opname in deze kliniek niet door de cliënt zelf beschikt wordt. Tot opname en aansluitende levensbeëindiging wordt besloten, zoals de website van het ondersteunende Humanistisch Verbond laat weten, door “een team van artsen, verpleegkundigen en geestelijk begeleiders”. Of zoals het rapport stelt: “Het zorgaanbod voor een levenseindekliniek moet multidisciplinair zijn met een focus op de somatische, psychische en existentiële (spirituele) aspecten” (p.10).
De patiënt die zich meldt wordt op toelaatbaarheid gescreend. Die patiënt kan thuis al via een
quickscan op internet zijn kansen op toelating peilen. Geeft de quickscan een eerste groene licht dan moeten/mogen er medische gegevens aan de kliniek geleverd worden en volgt er verdere screening.
Levert die verdere screening een tweede groene licht op, dan volgt de uitnodiging voor een intakegesprek, in feite meerdere gesprekken. Interessant is dat deze gesprekken nodig zijn voor de arts “om
voeling te krijgen met de patiënt” (p. 9, mijn cursivering, want de gedachten gaan als vanzelf naar de voorwaarden van de ‘euthanasiewet’ en het voorstel van Uit Vrije Wil.) Het blijft onduidelijk wat er gebeurt wanneer de arts die voeling niet krijgt.
In die gesprekken moet de arts verder toetsen of aan alle criteria – het is expliciet de bedoeling binnen de grenzen van de (éuthanasie’)wet te blijven – wordt voldaan en moet de arts aansluitend bepalen of hij het derde, definitieve groene licht kan geven. “Dan volgt daarna een opname”.
In geval van afwijzing “moet dit aan de patiënt en zijn naasten gemotiveerd duidelijk worden gemaakt.” Over een ‘verwijsplicht’ bij afwijzing – de NVVE is daar op andere momenten een krachtig bepleitbezorger van – zwijgt het rapport.

Chaos op de levenseindemarkt
Voorziet deze kliniek nu in een behoefte, en wel zó dat bestaande regelingen er niet in (kunnen) voorzien? Uit de diverse reacties valt op te maken dat daaraan getwijfeld mag worden. Daarmee is overigens lang niet alles koek en ei. Iedereen kan schrijnende individuele gevallen bedenken waarin de naleving en implementatie van bestaande regels en hun mogelijkheden nadrukkelijk gefaald heeft. En dat zou absoluut anders moeten.
Een levenseindekliniek zal echter evenmin gestuurd worden door pauselijke onfeilbaarheid, d.w.z. ook daar gaan zich schrijnende individuele gevallen voordoen waarin de kliniek faalt. Er valt dus veel te zeggen voor de suggestie om, waar zelfbeschikking nu eenmaal toch een ondergeschikte rol zal (moeten) spelen, de krachten vooral te bundelen om tot betere toepassing van reeds bestaande regels te komen.
Want is er hier eigenlijk behoefte aan meer of nieuwe regels? Er wordt weliswaar veel geklaagd over het te veel aan keuzevrijheid van onze hedendaagse internettende, sms’ende en twitterende jeugd, maar het gaat voor de 70-plussers (hun brein is toch al niet het meest flexibele) straks ook niet makkelijker worden: Gewoon een natuurlijke dood willen sterven? Of via de route van huisarts en ‘euthanasiewet’? Toch liever via de 70+ deskundigen van Uit Vrije Wil? Of toch maar de vertrouwde allround deskundigen van de NVVE-levenseindekliniek (waar, anders dan bij Uit Vrije Wil, ook nog de 70-minner terecht kan)?
Het oogt allemaal wat chaotisch. En dat kan anders. Voor de kleine groep die werkelijk zelf wil of moet beschikken, blijft er daarnaast de mogelijkheid van het contact met Stichting de Einder en een van de samenwerkende counselors.

(Het Besluit 69 (2011) 11-15)